De naam Lichtervelde duikt voor het eerst op in 1127 in de beschrijving van de moord op Karel de Goede door de kroniekschrijver Galbertus van Brugge. Over de betekenis van de gemeentenaam bestaan verschillende hypothesen.
Sommigen menen dat de naam komt van "Lifterfelde" van het Oud-Nederlands "lift" (=links) ; anderen menen dan weer dat het gaat om "Lichte Velden" (= licht van kleur). Verscheurens Woordenboek houdt het op "Lichte Grond". Zeker is, dat de naam niets te maken heeft met lichtjes die te velde zouden te zien zijn. In de 13de eeuw zouden Lichterveldse emigranten "Lichterfelde" nabij Berlijn gesticht hebben maar concrete bewijzen hiervoor zijn niet bekend.
Het noorden van de gemeente bestond oorspronkelijk uit heidegebied, "Het Vrijgeweed" waar in de Romeinse tijd al enige activiteit moet bestaan hebben, aangezien er Romeinse munten gevonden werden in de negentiende eeuw. In dit gebied lieten de heren van Lichtervelde vijvers aanleggen met de namen zoals "Ronde Vijver", "Lange Vijver", "Hogelane", ... waar een aantal straatnamen nu nog naar verwijzen. Ook de Damplasstraat moet waarschijnlijk in deze context gesitueerd worden. De hoofdactiviteit in dit onvruchtbare gebied was het steken van turf. De wijknaam "De Turfhauwe" herinnert ons nog aan deze bezigheid. In de tweede helft van de negentiende eeuw verdwenen deze vijvers en werd het gebied bebost maar ook deze bossen zijn inmiddels al verdwenen. Het zuiden van de gemeente was van oudsher bebost met de "Huwynbossen", in de volksmond beter bekend als "Colpaertse Bossen". Deze bossen verdwenen nagenoeg volledig vlak na de tweede wereldoorlog.
|

|
Lichtervelde was een heerlijkheid die afhing van het Brugse Vrije. Het eerste kasteel van de heren die aan het hoofd stonden van deze heerlijkheid zou gestaan hebben nabij de kerk, op het plein dat tot aan de eerste wereldoorlog "Burgplein" genoemd werd (gelegen tussen "Het Damberd" en de kerk). Naderhand werd een nieuw kasteel gebouwd op "Het Heerenvelde", ongeveer waar zich nu de hofstede Caset bevindt. Deze hofstede zou trouwens met afbraakmateriaal van het kasteel gebouwd zijn. De huidige Kasteelstraat verwijst nu nog naar dit verdwenen gebouw. In 1491 werd het een eerste keer verwoest door de troepen van de graaf van Nassau en in 1584 vernielden 24 "malcontenten" het in zeer woelige periode van reformatie en contrareformatie, waarbij ook de kerk volledig werd vernield. Het kasteel werd wellicht nooit meer volledig heropgebouwd want de heren van Lichterveldse resideerden vanaf 1600 in Brugge en Gent.
Sanderus schrijft in zijn "Flandria Illustrata" van 1641 :
"Het oud en vermaard dorp Lichtervelde, pronkte voormaels met een uitmuntend paleis en kasteel der Heren 't welke de woede des oorlogs, gelijk vele andere in Vlaanderen omvergeworpen heeft".
Toch geeft deze auteur een afbeelding van het kasteel weer, wellicht gebaseerd op vroegere tekeningen.
Aan het hoofd van de heerlijkheid Lichtervelde stond de plaatselijke heer die een baljuw, burgemeester en zes schepenen aanstelde. In zijn gebied oefende hij via de vierschaar of schepenbank zijn eigen rechtspraak uit. Hij beschikte zelfs over een eigen galg die opgesteld stond bij het binnenkomen van het gebied in de tegenwoordige Galgenstraat.
Wie waren nu deze heren van Lichtervelde?
Tot omstreeks 1400 was het de familie met de naam "Lichtervelde" die aan het hoofd stond. De oudst gekende zijn Sigher van Lichtervelde en zijn zoon Walter die in 1205 sneuvelde op kruistocht. Wellicht moet ook hier het begin van de Margarethaviering te Lichtervelde gesitueerd worden , want die verering begon in de tijd van de kruistochten. In 1302 streden Jan, Pieter en Lodewijk van Lichtervelde op het "Groeningheveld" tijdens de Guldensporenslag te Kortrijk.
De bekendste heer was echter Jacob van Lichtervelde die het bracht tot raadsman van Filips de Stoute van Bourgondië en tot opperbaljuw van Vlaanderen. Hij overleed in 1431 en werd begraven in de kerk van zijn residentieplaats Koolkamp. Zijn graftombe is er trouwens nog steeds te zien, net zoals die van Louis van Lichtervelde, overleden in 1371.
Over het wapenschild van de gemeente valt ook nog één en ander te zeggen. Het eigenlijke wapenschild is blauw-wit van kleur en bestaat uit twee rijen sterretjes van 7 en 8. Dit werd tot het einde van het Ancien Régime, toen de wapenschilden afgeschaft werden, gebruikt. In 1841 werden de gemeentewapens opnieuw ingevoerd maar werd door een administratieve vergissing een schild gekozen met twee rijen van slechts 4 en 3 sterretjes. Dit onechte wapen is tot op heden in gebruik terwijl Koolskamp het echte wapen van de familie "de Lichtervelde" hanteert. Omstreeks
1400 huwde de erfgename van de heerlijkheid Marie van Nevele van Lichtervelde met Roger Botelinck, heer van Heule en werd Lichtervelde voortaan bestuurd door de van Heules. Deze familie stond tot aan het einde van de XVI de eeuw aan het hoofd van de Lichterveldse heerlijkheid. De meeste heren van die tak werden begraven in de kerk van Lichtervelde. Het was Antoon van Heule die in 1554 de Sint-Sebastiaangilde stichtte die nog actief is tot op de dag van vandaag.
Begin 1600 kwam de familie van Claerhout hier aan het bewind tot in 1620 de van Haveskerckes het roer overnamen. In 1622 werd de heerlijkheid door allerlei erfeniskwesties verdeeld onder twee families : 19/36 waren voor de familie de Maulde en 17/36 voor de familie de Haveskercke.
Het wapenschild van de familie de Maulde is te zien op de achterkant van de kapel in de Zwevezelestraat, eigendom van de heemkundige kring. Deze kapel wordt door haar banden met het kasteel en de heren van Lichtervelde "Kasteelkapel" genoemd.
In 1744 kwam het deel van de familie de Maulde in handen van Karel Francis van Lichtervelde zodat weer meer dan de helft van de heerlijkheid opnieuw in handen kwam van de oorspronkelijke familie. Het deel van de Haveskerckes ging over in de familie van den Abeele. De familie de Lichtervelde bestaat nog steeds en er wonen nazaten ervan in Brussel en Henegouwen. Sommigen hebben zelfs nog steeds bezittingen in Lichtervelde.
In 1794 vielen de Fransen onze gewesten binnen en werd Vlaanderen ingelijfd bij de Franse Republiek. Het Ancien Régime was definitief voorbij en de feodale structuren werden afgeschaft. In 1806 werd de Philharmonie Sint-Cecilia gesticht die samen met de aloude rederijkerskamer "De Vreedsame Reyzers", reeds vermeld in de vijftiende eeuw, en de Sint-Sebastiaansgilde het verenigingsleven beheerste. Het was een vrij onstabiele periode want maar liefst 7 burgemeesters passeerden de revue van 1794 tot 1815. In 1815 werd België een deel van het koninkrijk der Nederlanden. Tijdens deze Nederlandse periode kende Lichtervelde slechts 1 burgemeester : Michel Surmont.
Na de Belgische onafhankelijkheid werd het gemeentelijk bewind vervangen en werd Louis Vanhoorne burgemeester. Na diens overlijden dook burgemeester Surmont opnieuw op en was hij burgemeester van 1843 tot 1872.
Onder zijn bewind groeide Lichtervelde uit tot een belangrijk spoorwegknooppunt: het station werd ingehuldigd in 1847, de aftakking naar Veurne kwam er in 1858 en later kwam er ook nog verbinding met Tielt en Gent (1877). Onder burgemeester Surmont kreeg de jaarlijkse paardenmarkt naam en faam. De taferelen afgebeeld hoog op de buitenkant van het stationsgebouw verwijzen nog naar die bloeiperiode van de paardenmarkt.
De schoolstrijd van 1878-84 sloeg in Lichtervelde, net als in velde andere gemeenten, diepe wonden en veroorzaakte een politieke verdeeldheid die zich zelfs tot op de dag van vandaag nog enigszins laat voelen en waardoor Lichtervelde op politiek vlak eerder een kwalijke reputatie verwierf.
In 1878 werd de oude romaanse kerk afgebroken en vervangen door een neo-gothische die tijdens de eerste wereldoorlog gedynamiteerd werd door de Duitsers. Als gevolg van deze bomaanslag verdween de huizenrij die voor de kerk stond. Ook het belangrijke station van Lichtervelde werd zwaar beschadigd door bombardementen. Bij nog andere bombardementen viel een groot aantal burgerslachtoffers. Ook tijdens de tweede wereldoorlog bleef Lichtervelde niet gespaard. Een groot aantal Lichterveldenaars werd gedeporteerd en dertien ervan waaronder burgemeester Eugéne Callewaert, werden zelfs onthoofd in Wolfenbüttel.
Ter nagedachtenis van de slachtoffers van beide wereldoorlogen werd een monument opgericht vlak voor de kerk met als centrale figuur het H. Hart van Jezus.
In 1913 werd de Markstraat aangelegd waardoor het doorgaand verkeer niet langer via het Gildhofplein en de Neerstraat, Lichtervelde moest doorkruisen. In 1933 werd de huizengroep "Het Eiland" onteigend om er de Astridlaan door te trekken waardoor het steeds drukker doorgaand verkeer ook niet meer langs de Markt moest passeren. Het eeuwenoude Gildhofplein verdween hierdoor.
Beschermde monumenten te Lichtervelde:
De Romaanse doopvont daterend uit de 11de of 12de eeuw is te bezichtigen in de St. Jacobuskerk te Lichtervelde. Ze is vervaardigd uit massief Doornikse blauwsteen. De kuip rust op een stevige cilindrische zuil. Bovenaan brede palmen met Grieks kruis. De zijwanden: oude Drakenmotieven.
Het eikenhouten deksel is van recentere datum. In 1918 werd de doopvont bedolven onder het puin van de gedynamiteerde toren. Ze werd in 1923 terug in de kerk geplaatst (nis achteraan in de kerk) na een herstellingsbeurt in Brugge. En na de renovatiewerken, eind 1996, vóór het altaar van O.L.V. geplaatst.
Site Vancoillie in de Statiestraat.
Beschermd monument sedert 1997 omwille van zijn unieke combinatie van olieslagerij, maalderij en houtzagerij.
Het bedrijf werd in 1844 opgericht door Pieter Devos, de overgrootvader van de laatste uitbaters Isabelle en Germain Vancoillie die het bedrijf uitbaatten tot ze allebei in het najaar van 1997 overleden. Tot 1919 stond er een molen, daarna werd overgeschakeld op stroom. Heel interessant machinepark bewaard vanuit industrieel-archeologisch oogpunt.
Enkele opmerkelijke Lichterveldse figuren:
Hieronder volgt een korte beschrijving van enkele figuren die belangrijk geweest zijn in de recente geschiedenis van Lichtervelde. Naar hen werd ook een straat of laan genoemd.
Felix en Eugéne Callewaert
Felix Callewaert (1862-1918) verhuisde in 1890 van Zwevezele naar Lichtervelde en zette er zijn uurwerkwinkel die hij begonnen was verder.
In Zwevezele was hij samen met zijn broer Charles al gestart met het bouwen van accordeons maar het was in Lichtervelde dat de productie ervan hoge toppen zou scheren.
De fabriek was gevestigd op de hoek van de Statiestraat en de Beverenstraat waar thans een chocolaterie gevestigd is. De nieuwe eigenaars hebben de oorspronkelijke gevel van de fabriek mooi geïntegreerd in hun winkel zodat de herinnering aan de Lichterveldse accordeonfabriek verder zal leven bij het nageslacht.
De Lichterveldse "trekzak" werd zo populair dat hij zelfs uitgevoerd werd naar Canada en de Verenigde Staten. Na de eerste wereldoorlog zette zoon Eugéne (1894-1944) de productie van de "Lichterveldenaar" verder. Tijdens de tweede wereldoorlog werd hij door de Duitsers terchtgesteld en hiermee werd het accordeon hoofdstuk te Lichtervelde definitief afgesloten. De "Callewaert" is ongetwijfeld het bekendste product dat ooit te Lichtervelde werd geproduceerd en het is daarom niet verwonderlijk dat het gemeentebestuur opteerde voor het beeld van een accordeonspeler om de nieuwe openbare bibliotheek op te fleuren.
Pastoor Edmond Denys (1865-1923)
"Pasterke" Denys werd bekend als de aalmoezenier van de Vlaamse seizoenarbeides in Noord-Frankrijk waarvoor hij het tijdschrift "De stem uit het Vaderland" uitgaf.
De inzet van hem grensde aan het ongelooflijke en hij was dan ook enorm geliefd door zijn "maatjes" zoals hij de seizoenarbeiders noemde. In 1922 vestigde deze geboren Roeselarenaar zich in de Hazelstraat te Lichtervelde. Ziekte maakte het onmogelijk nog verder naar Frankrijk te gaan. Amper een jaar later overleed hij in alle anonimiteit. Pas enkele jaren later werd zijn lijk overgebracht naar Roeselare waar een plechtige huldiging plaatshad. In 1958 werd te Lichtervelde aan zijn sterfhuis een gedenkplaat aangebracht. Deze plaat verdween maar werd in 1986 in ere hersteld.
Michiel Surmont (1786-1872)
Surmont was ongetwijfeld de grootste burgemeester die Lichtervelde ooit gekend heeft. Hij werd geboren in het "Kasteeltje" op de hoek van de huidige Callewaertlaan en Ketelbuiserstraat.
Hij nam dienst in de legers van Napoleon en werd in 1817 voor de eerste keer burgemeester.
In 1830 werd het volledige gemeentebestuur vervangen, burgemeester incluis, maar in 1842 keerde hij terug en bleef hij gedurende 30 jaar burgemeester. Hij was ook provincieraadslid van 1823 tot 1836 en van 1848 tot 1866. Surmont woonde op de Markt in het huis laatst bewoond door Willem Cloet. De initialen M.S. waren duidelijk te zien op de zijgevel tot het huis in 1993 gesloopt werd. Onder impuls van Surmont groeide Lichtervelde uit tot een belangrijke gemeente : het werd een spoorwegknooppunt, kreeg een beroemde paardenmarkt...
In 1853 mocht Surmont het woord voeren namens de West-Vlaamse burgemeesters toen Koning Leopold I naar Brugge kwam. De straat die van zijn geboortehuis naar het station liep, werd naar hem genoemd.
Albert Termote (1887-1978)
Albert Termote werd geboren te Lichtervelde in "De Keizer" maar kwam tijdens de eerste wereldoorlog te Nederland terecht waar hij zich ontpopte tot een groot beeldhouwer.
Hij maakte er gevelversieringen, monumenten, heiligenbeelden, portretten en ruiterbeelden. Albert werd beloond met de titel "Ridder in de orde van H. Gregorius de Grote" en "Officier in de orde van Oranje van Nassau".
In 1987 kreeg hij een gedenkplaat aan zijn geboortehuis in de Neerstraat en werd een herdenkingspenning geslagen.
Karel Van De Poele (1846-1892)
Deze befaamde uitvinder werd geboren te Lichtervelde maar vertoefde hier slechts enkele maanden. Op 23-jarige leeftijd week hij uit naar de Verenigde Staten waar hij zich specialiseerde in elektriciteit en licht. Hij schreef honderden patenten op zijn naam waarvan de uitvinding van het trolleysysteem zijn bekendste is.
Totaal overwerkt stierf hij op amper 46-jarige leeftijd te Lynn. In 1946 werd zijn 100ste geboortejaar herdacht in zijn geboorteplaats en werd een gedenkplaat ingehuldigd in de Statiestraat. Een kleindochter van hem was hierop aanwezig. Naar hem werden de Vandepoelelaan, de jongensschoutsgroep en de heemkundige kring genoemd. In 1992 werd zijn 100ste sterfjaar herdacht met de uitgave van een biografie door de heemkundige kring.
Hertog Jacob Van Lichtervelde (?-1431)
De beroemdste heer van Lichtervelde is ongetwijfeld Jacob van Lichtervelde geweest. Hij speelde gedurende 20 jaar een voorname politieke rol bij de Bourgondiërs.
Hij was raadsheer van 3 hertogen : Filips de Stoute, Jan Zonder Vrees en Filips de Goede. In 1391 treedt Jacob in het openbare leven. In de St.-Maartensabdij te Doornik brengt hij, in aanwezigheid van 54 ridders en 150 schildknapen, de helm van de afgestorven ridder ter offerande. Korte tijd nadien volgt zijn aanstelling tot hoofdbaljuw en kastelein te Kortrijk. In 1392 wordt hij raadsheer en kamerheer van de hertog. In 1393 wordt hij schepen van het Brugse Vrije.
Een jaar nadien is hij opperwachtmeester van Vlaanderen en kastelein te Antwerpen. In 1396 wordt hij opperbaljuw van Vlaanderen. Hij reist in 1404 naar Engeland, als speciaal gezant bij het hof. Tot 1409 is hij gouverneur van Brabant en hij krijgt de titel van hertog. Het jaar daarop trekt hij zich terug op zijn landgoed te Koolskamp en houdt zich alleen nog bezig met het Brugse Vrije.
Hij vindt de bekroning van zijn leven, als hij in 1411 in de adelstand wordt verheven. Na zijn dood in 1431 wordt hij in zijn parochiekerk te Koolskamp begraven, waar zijn marmeren graftombe nog te zien is. Men vindt er zijn grafkelder met het opschrift : " Die van Lichtervelde, Heeren van Coolscamp ", en op de tombe : " Ridder die staerf in't jaer 1431, den letsten dagh van Maerte ".
De belangrijkste gemeentelijke functies van 1830 tot heden:
|
Burgemeesters:
1830-1842: Louis Vanhoorne
1843-1872: Michiel Surmont
1872-1878: Pieter Decuypere
1879-1884: Xavier Kerkhofs
1885-1894: Pieter Decuypere
1895-1901: Pieter Tempelaere
1901-1906: Ferdinand Vermeersch-Vancanneyt
1906-1925: Emiel Vermeersch-Dochy
1927-1932: Gustaaf Colpaert
1933-1937: Emiel Vermeersch-Dochy
1939-1942: Eugène Callewaert (*)
1947-1967: Maria Callewaert-Casselman
1967-1976: Georges Decuypere
1977-1982: Rogier Muys
1983-2000: Gabriël Kindt
2000-heden: Ria Beeusaert-Pattyn
(*) Noot: In 1942 werd burgemeester Callewaert afgezet door de Duitsers en vervangen. Na de oorlog namen eerst Gustaaf Colpaert en daarna Cleophas Sintobin het burgemeesterschap waar tot eind 1946, na de verkiezingen.
|
Gemeentesecretarissen
1830-1834: Jan Joseph Vandeweghe
1834-1870: Jan françois Wyffels
1870-1908: Jules Wyffels
1908-1911: Jules Decuypere
1911-1936: Xavier Baert
1936-1951: Adiel Ramboer
1951-1989: Robert Baert
1989-heden: Ivan Vandenbussche
Gemeenteontvangers
1830-1834: Bernaerd Maertens
1834-1838: Pieter Maertens
1839-1852: Charles Vandewalle
1852-1869: Amand Maertens
1869-1895: Henri Verhaeghe
1895-1919: Henri Vancanneyt
1919-1950: Honoré Pape
1950-1987: Joseph Depoorter
Na Joseph Depoorter was een gewestelijk ontvanger verantwoordelijk voor Lichtervelde tot in 2005
2006-heden: Christiane Roelens
|
|
Politiecommissarissen
1830-1840: Jan Baptist Devoldere
1840-1859: Ivo Logghe
1859-1889: Frederic Delafontaine
1889-1932: August Wyffels
1932-1948: Michel Wyffels
1948-1975: Georges Vanhecke
1975-1985: Aloïs D'Hoop
1985-1999: Noël Craeynest
2000-2001: Eddy Vandaele
Vanaf 2001 behoort de gemeente tot de Politiezone regio Tielt.
|
|
|