Geschiedenis

Omstreeks 1400 huwde de erfgename van de heerlijkheid Marie van Nevele van Lichtervelde met Roger Botelinck, heer van Heule en werd Lichtervelde voortaan bestuurd door de van Heules. 
Deze familie stond tot aan het einde van de 16de eeuw aan het hoofd van de Lichterveldse heerlijkheid. 
De meeste heren van die tak werden begraven in de kerk van Lichtervelde. 
Het was Antoon van Heule die in 1554 de Sint-Sebastiaangilde stichtte die nog actief is tot op de dag van vandaag.

Begin 1600 kwam de familie van Claerhout hier aan het bewind tot in 1620 de van Haveskerckes het roer overnamen. 
In 1622 werd de heerlijkheid door allerlei erfeniskwesties verdeeld onder twee families: 19/36 was voor de familie de Maulde en 17/36 voor de familie de Haveskercke. 
Het wapenschild van de familie de Maulde is te zien op de achterkant van de kapel in de Zwevezelestraat, eigendom van de heemkundige kring. Deze kapel wordt door haar banden met het kasteel en de heren van Lichtervelde "Kasteelkapel" genoemd.

In 1744 kwam het deel van de familie de Maulde in handen van Karel Francis van Lichtervelde zodat meer dan de helft van de heerlijkheid opnieuw in handen kwam van de oorspronkelijke familie. 
Het deel van de Haveskerckes ging over in de familie van den Abeele. 
De familie de Lichtervelde bestaat nog steeds en er wonen nazaten in Brussel en Henegouwen. Sommigen hebben zelfs nog steeds bezittingen in Lichtervelde.

In 1794 vielen de Fransen onze gewesten binnen en werd Vlaanderen ingelijfd bij de Franse Republiek. 
Het Ancien Régime was definitief voorbij en de feodale structuren werden afgeschaft. 

In 1806 werd de Philharmonie Sint-Cecilia gesticht die samen met de aloude rederijkerskamer "De Vreedsame Reyzers", reeds vermeld in de vijftiende eeuw, en de Sint-Sebastiaansgilde het verenigingsleven beheerste. 
Het was een vrij onstabiele periode want maar liefst zeven burgemeesters passeerden de revue van 1794 tot 1815.

In 1815 werd België een deel van het koninkrijk der Nederlanden. 
Tijdens deze Nederlandse periode kende Lichtervelde slechts 1 burgemeester: Michel Surmont. 
Na de Belgische onafhankelijkheid werd het gemeentelijk bewind vervangen en werd Louis Vanhoorne burgemeester. 
Na zijn overlijden dook burgemeester Surmont opnieuw op en was hij burgemeester van 1843 tot 1872. Onder zijn bewind groeide Lichtervelde uit tot een belangrijk spoorwegknooppunt: het station werd ingehuldigd in 1847, de aftakking naar Veurne kwam er in 1858 en later kwam er nog verbinding met Tielt en Gent (1877). Onder burgemeester Surmont kreeg de jaarlijkse paardenmarkt naam en faam. De taferelen afgebeeld hoog op de buitenkant van het stationsgebouw verwijzen nog naar die bloeiperiode.

De schoolstrijd van 1878-84 sloeg in Lichtervelde, net als in vele andere gemeenten, diepe wonden en veroorzaakte een politieke verdeeldheid die zich zelfs tot op de dag van vandaag nog enigszins laat voelen en waardoor Lichtervelde op politiek vlak eerder een kwalijke reputatie verwierf.

In 1878 werd de oude romaanse kerk afgebroken en vervangen door een neo-gothische die tijdens de Eerste Wereldoorlog gebombardeerd werd door de Duitsers. Als gevolg van deze bomaanslag verdween de huizenrij die voor de kerk stond. Ook het belangrijke station van Lichtervelde werd zwaar beschadigd door bombardementen. Bij nog andere inslagen viel een groot aantal burgerslachtoffers. 

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Lichtervelde niet gespaard. Een groot aantal Lichterveldenaars werd gedeporteerd en dertien ervan, waaronder burgemeester Eugéne Callewaert, werden zelfs onthoofd in Wolfenbüttel. Ter nagedachtenis van hen werd in 1948 een monument opgericht dat tot 2015 voor de kerk stond. Nu bevindt het zich achteraan de kerk.